Romans van Marianne Fredriksson



Al mijn hele leven schrijf ik boeken en schriftjes vol met inspiratie. Ik heb aantekeningen over honderden boeken gemaakt. In april 2020 greep ik #the100dayproject op Instagram aan, om eens wat met al mijn schrijfsels te gaan doen. Nu post ik daar dagelijks een tekening over mijn mooiste #boekvindsels. Hier mijn vierde serie vindsels over de romans van Marianne Fredriksson.
Marianne Fredriksson is mijn favoriete schrijfster en rolmodel voor het schrijven van mijn eigen roman (work in progress). Ik houd van haar stijl, verhalend, prachtige natuurbeelden, een vleugje mythologie en stevig verankerd in psychologie. Voel veel herkenning bij haar. Rust vinden in natuur en in het lezen van boeken, balans vinden tussen weten (kennis) en niet weten (voelen, ervaren) en de wijsheid van beiden erkennen. Ik heb haar boek Simon in de starttekening gezet omdat dit boek bijzonder voor haar was, het bevat autobiografische elementen en het duurde lang voordat ze dat kon schrijven. Verder is het verfilmd, waardoor meer mensen het mogelijk kennen.
Fredriksson schildert hele landschappen met taal: ‘In het begin voelde hij zich alleen maar ongemakkelijk. De grote concertzaal, de mooie mensen die zo voornaam keken en de ernstige mannen op het podium die over hun instrumenten wreven en eruitzagen als eksters – dat alles gaf Simon zo’n gevoel van vervreemding dat hij had willen vluchten. Als hij dat had gedurfd. Maar toen hief één van de zwart-witten een stokje. En Simon hoorde het gras zingen in een ander land en in een andere tijd, toen de wereld nog jong en hoopvol was. De hemel werd gespleten door het wilde geroep van vogels en net als aan het gras kwam er geen einde aan. En iedere vogel in de blauwe lucht was anders, net zoals iedere grasspriet op de grond. (…) Simon had altijd aangenomen dat de werelden waarin hij voet zette en de mensen die hij ontmoette in boeken of muziek, hadden bestaan en er precies zo uit hadden gezien als hij ze zag.’
‘Is het niet gek dat alle kennis die van buitenaf komt, je probeert te doen geloven dat je niet meer bent dan een hoopje vliegenpoep in het heelal? Maar dat alles wat uit jezelf komt, je er voortdurend en indringend van probeert te overtuigen dat je alles bent en alles hebt.’ In veel van Fredrikssons boeken tref je twee polariteiten aan. De wereld van de ratio, logica en wetenschap aan de ene kant, en de wereld van het onbewuste, archetypische, systemische aan de andere kant. Ik smul van hoe zij deze twee werelden weet te verweven in dialogen en in personages. Hoe ze inzicht geeft, beide kanten eert en ze elkaar leert verdragen.
Marianne Fredriksson gaat op een prachtige metaforische wijze met bijbel verhalen om en schetst regelmatig een andere kijk op zo’n verhaal. Zo koppelt zij de boom van kennis van goed en kwaad in het paradijs aan het waar/niet waar labelen waartoe wetenschap verleidt. In ‘Het mysterie’ schrijft ze: ‘De intelligentie van het meisje verontrustte haar. Ze herkende die, en wist tot welke honger haar snelle brein kon leiden: de honger naar boeken, het kwellende verlangen om te weten en te begrijpen. En op een dag at men van de boom van kennis van goed en kwaad en de wereld raakte verdeeld.’ En in ‘Norea, dochter van Eva’ schrijft ze: ‘We denken zelden, we sorteren voornamelijk’. Ik herken dat in mezelf, een neiging om goed/fout te willen labelen op basis van kennis, en een vastlopen in gedachten als ik de keuze tussen goed/fout niet op basis van kennis kan maken. En de zoektocht naar hoe het dan wel moet. In het boek ‘Elizabeths dochter’ komt dit citaat van Eliot tevoorschijn.
Fredriksson maakt in veel boeken duidelijk wat de kracht van taal is, en ook wat de valkuil ervan is. Hoezeer de keuze van woorden menselijk gedrag kan beïnvloeden. In ‘Het boek Eva’ maakt ze een eigentijdse interpretatie van dit bijbel verhaal, waarin het leren van woorden een grote rol speelt. ‘Woorden maken dat de wereld meer inhoud krijgt. Voor er woorden waren, waren het allemaal planten voor me. Nu zie ik kleuren, soorten, verschillen, indrukken, eigenschappen, patronen, mogelijkheden.’ – ‘Hebben de woorden soms voor een scheiding gezorgd en verschillen doen ontstaan?’ – ‘Met woorden kun je een tijd aanduiden die er nog niet is’. – ‘Met woorden schep je de wereld. Dingen die een naam hebben gekregen worden werkelijk voor ons. Werkelijk en begrensd.’
Misschien nog wel het allerfijnst aan haar boeken vind ik, dat er in elke roman een wijs mild personage zit, waar de hoofdpersoon altijd terecht kan en veel van leert. Een persoon die warmte biedt, steun en hoop. Die niet oordeelt maar begrijpt. Het geeft mij persoonlijk altijd hoop, iets wat we in deze tijd goed kunnen gebruiken. ‘Je moet Katta niet onderschatten. Zij en Angelika zijn misschien tot een belangrijke conclusie gekomen. Het is gebruikelijk dat ze in bed kruipen als ze een stukje waarheid gevonden hebben, om in elkaars armen in slaap te vallen.’ (Uit: Het raadsel van de liefde). Ook de wijze waarop personages rust vinden in prachtig beschreven natuur, verleiden me die op te zoeken en daar hoop te ervaren.
Dank Marianne Frediksson voor je heerlijke stapel boeken. Ik kan ze eindeloos herlezen en haal er telkens weer hoop en inspiratie uit. Dit keer hebben ze me verleid tot lossere tekeningen en het weer oppakken van het schrijven aan mijn eigen roman.


